Pesten…is niet cool

Als moeder van twee kinderen met gehoorproblemen, of te wel een gebrek, een rugzak, een niet volledig aangevinkt wensenlijstje bij aflevering…etcetera, etcetera…maakte ik mij in de kraamtijd al druk over ‘later’. Zullen zij zich later wel redden op school? En wat als ze gepest worden? Tja…wat dan.

Nou, lieve mensen…dan vergeet je in één klap alle pedagogische hoogstandjes die je ooit gelezen hebt in een of ander rozengeur en maneschijn blaadje, en is je moederhart maar uit op één ding, en dat is wraak!

In plaats van een diepe zucht, een liefdevolle knuffel voor je kind en een kopje warme thee, vervloek je op niet mis te verstane wijze dat wicht, die heks, dat snertkind….en heb je in 2 minuten een volledig arsenaal aan scheldwoorden erin gepompt bij je bloedjes van 9 en 7…zodat je vervolgens zeker drie weken zoet bent om hun taalproductie weer op een acceptabel niveau te krijgen. Echt waar…linker kan je mij niet krijgen… Don’t touch my addergebroed. En ‘Nee!’ zo’n explosie van scheldwoorden helpt niet…. dus zucht en zen ik me een slag in de rondte, adem de aarde in, de kosmos weer uit…en ga weer door. Maar dat laatste lukt me dus niet echt.

Ik krijg de gedachten maar niet uit mijn hoofd dat kinderen vanaf een leeftijd of zes jaar (jonger?) doelbewust bezig kunnen zijn met het pesten en irriteren van andere kinderen. Omdat die andere kinderen slimmer zijn, stiller of dromeriger zijn, leuker, liever of sneller zijn. Omdat ze anders zijn. Anders dan dat bijdehante meisje. Anders dan die stoere jongen uit de klas. Gewoon, anders. En dat pesten gebeurt in vele vormen en maten. Hardop of juist vilein, door steeds maar weer de deksel van een pennenbakje dicht te slaan of iemand keer op keer de beurt te ontnemen. Totdat hij of zij het opgeeft en alleen thuis nog uit de slof durft te schieten.

Waarom, lieve mensen, blijft dit fenomeen toch in stand? Waarom bespreken we dit onderwerp niet keer op keer open en bloot thuis aan de keukentafel, net zo lang tot elk kind, elke dag, vrolijk en blij naar school gaat. Ik wil dat weten, gewoon, om het te kunnen begrijpen, want tot op heden heb ik niet één goede reden kunnen bedenken waarom dit fenomeen bestaansrecht mag hebben en houden.

http://pesten-op-school.nu/oorzaak-gevolg/

Ja, iedereen is verschillend en ja, ook als je later groot bent zul je in situaties terecht komen waarin je je moet zien te redden. Maar hoor je die bittere pil al te slikken als je 6, 7 of 8 bent? En hoezo zijn wij niet in staat om met elkaar ervoor te zorgen dat ónze kinderen opgroeien in een wereld waar voor pesten geen plek is? A better world starts at home, toch? We hebben het hier wel over onze eigen mini-you-and-me’s. Je weet wel, die mensjes waar je als vader of moeder blind voor door het vuur gaat. Waarom laten we het hier met zijn allen dan toch zo liggen?

Ik vermoed dat we te druk zijn voor die keukentafel gesprekken. We vertrouwen er maar op dat het ons kind niet overkomt. Maar geloof me, wanneer het jouw kind is dat in tranen vertelt wat hem of haar elke dag op school gebeurt…jank je ’s avonds vanuit machteloosheid keihard een potje mee.

Het verschil is alleen dat ik wél geloof in die keukentafel gesprekken. En dus zucht ik even diep, maak ik nog maar een kop thee…en ga ik bedenken hoe ik niet alleen mijn kinderen, maar ook die van jou en die van jou kan helpen om de wereld te veranderen. Een goed begin, begint bij jezelf. And I wanna make a difference.

 

 

Advertenties

Mam, wat heeft hij nou op zijn kop?!

schelpen zoeken Vendée

Met dit herfstige weer, mooi even tijd voor vakantieherinneringen. De reis ging dit jaar naar Frankrijk. Twee weken in een luxe mobile home (lees: stacaravan) op een camping in de Vendée. Als je mij vraagt “wat versta jij onder een fijne relaxte vakantie?” komt het rijtje ‘met de auto, naar Frankrijk, in een stacaravan, twee weken op één en dezelfde plek’ niet als eerste in mij op, maar hé, je hebt kinderen, en als zij het naar hun zin hebben…dan heb jij ook vakantie! En vakantie, daar waren wij na zo’n druk jaar zeker aan toe.

Even uit de ratrace van de Amsterdamse huizenmarkt, maar ook even klaar met al die vragen van onbekenden die allemaal graag willen weten wat ons mannetje eigenlijk wel niet heeft (bij Fenna zorgen haar haren voor zo’n dekmantel, dat mensen überhaupt niet door hebben dat ze slechthorend is) . En het ook allemaal heel logisch vinden dat je daar uitgebreid verslag van doet, want het feit dat ze het vragen is natuurlijk hartstikke goed bedoeld. En zo. Nou…na inmiddels vijf jaar starende blikken en vragen beantwoorden van die volslagen wildvreemden, heb ik daar niet altijd even veel zin in. Hoe goed bedoeld ook. Wat ik dan wel weer leuk vind, is ter plekke iets verzinnen (je moet er zelf tenslotte ook een beetje lol van hebben). En zo heeft Mads al een cursus Russisch bij de LOI gevolgd, doe ik of ik schrik en het ook voor het eerst zie, ontken ik volledig dat er iets te zien valt et cetera. Best grappig, al zeg ik het zelf. Maar goed, ook daar wilde ik wel even vakantie van nemen.

F & M schommelen

F & M schommelen

Tot de boemerang mij al bij de eerste stop genadeloos om de oren vloog. Ze zijn natuurlijk niet blind in Frankrijk. En ja hoor, daar gingen ze weer. Staren, omdraaien en aanspreken. Alleen dit keer in het Frans. Op dat moment realiseerde ik me dat het niet stopt of weggaat, maar dat het aan mij is om te bepalen hoe ik ermee om ga. En dat het misschien tijd is om ook deze knop eens om te gaan zetten. Net als inmiddels weer een tijdje geleden het besef tot mij kwam, dat het blijven hangen in verdriet, boosheid en frustratie niet de oplossing is. Welke boodschap geef ik Fenna en Mads dan? Dat hun slechthorendheid/doofheid om te janken is? En dus knikte ik maar vriendelijk, bevestigde hier en daar wat mensen al dachten (“heeft hij iets met zijn oren ofzo?”) en zuchtte de rest aan irritaties even flink weg. Hup de auto maar weer in.

Op de plaats van bestemming aangekomen, werden de voordelen van ons pretpakket al snel duidelijk. Binnen no time maak je contact met die twee, en natuurlijk begint het met de vaste riedel over het hoe, wat, waar, wanneer en waarom, maar uiteindelijk ken je iedereen op zo’n camping.

Het mooiste voorbeeld hadden we laatst toen we een weekendje naar Oslo gingen, vrienden bezoeken daar. Met die grote blauwe kijkers van hem (…oké, en zijn in het oog springende apparatuur) had Mads al snel de aandacht van twee mooie stewardessen gewekt, die hem vervolgens de hele vlucht op sleeptouw namen.

Mads en Fenna fly KLM

Mads en Fenna fly KLM

Vlak voor de landing vertelden ze dat hij en zijn zus, als we weer veilig aan de grond zouden zijn, een kijkje in de cockpit mochten nemen. Hoe trots ze daar vervolgens met z’n tweeën zaten, onbetaalbaar!!

Ready to take off!

Ready to take off!

Mads bij Hart van Nederland!

Voor wie mijn Facebook bericht al voorbij heeft zien komen is dit bericht een beetje dubbel op, maar goed, je kind komt niet elke dag op TV!

Madsie kwam gisteren ‘pontificaal in beeld’ bij de vroege editie van Hart van Nederland. Er werd een item gemaakt over het 60 jarig bestaan van de NSDSK. Voor wie het leuk vindt, check dit filmpje (item is vanaf circa 11 min, dus even snel doorscrollen!). Voor wie onze kleine grote vriend niet kent, Mads is dat lekkere mannetje met verdomd weinig blonde haartjes op zijn koppie (en, oh ja, twee grijze CI’s) ;))

http://www.hartvannederland.nl/archief/2013/vroege-editie-van-1-juli-2013/

 

Elke gek zijn gebrek

“Mam, een jongetje in de bus zegt dat ik slecht ben…” vertelt Fenna me verdrietig bij het naar bed gaan. “Nee lieve Fenna, hij bedoelt dat je slechthorend  bent. Je oortjes doen het niet zo goed”. “Maar ik ben toch niet slecht mama?” “NEE, SCHAT”, zeg ik net weer een tikkie harder “JOUW OREN doen het minder goed, je bent SLECHTHOREND”. Op dit soort momenten realiseer ik me dat slechthorendheid soms best wel onhandig kan zijn.. Voor Fenna, maar ook voor ons. Hoe goed het ook gaat en hoe hard ze ook haar best doet, ze hoort helaas niet alles, of in elk geval niet alles even goed. Hoe geduldig of duidelijk we onze zinnen ook uitspreken en herhalen, niet alles is voor Fenna en Mads te verstaan. Überhaupt, dat er een wezenlijk verschil is tussen ‘verstaan’ en ‘horen’ en meer van die logopedische weetjes, ik vroeg het mij vijf jaar geleden niet eens af.

Fenna en muziek, onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Fenna en muziek, onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Meer dan gemiddeld gooien Fenna en Mads “Hè?” of “Huh?” in de strijd wanneer ze de boodschap niet helemaal hebben begrepen. Mads soms wel 40 keer per dag… Om vervolgens door wildvreemden verbeterd te worden met “Wat zeg je!”. Ik moet dan echt tot 233 tellen om niet uit mijn vel te springen. Of bijvoorbeeld die keer dat Fenna, nu zo’n twee jaar geleden, in keurig gebarentaal bedankte voor een krentenbol bij de bakker, “Bedankt zeggen we dan!” naar haar kleine hoofdje geslingerd kreeg. “Nee, jij bedankt!” die krentenbollen halen we inmiddels ergens anders.

Zingen, dansen, alles kan!

Zingen, dansen, alles kan!

Juist omdat het zo ontzettend goed gaat met Fenna haar spraak taalontwikkeling, vergeten mensen voor het gemak weleens welke weg ze al heeft bewandeld, maar ook dat een CI niet betekent dat je álles weer kunt horen. In het beste geval horen Fenna en Mads straks vanaf fluisteren. Wat betekent dat ze geluid vanaf fluisteren kunnen waarnemen. Gesproken taal verstaan lukt pas wanneer het geluid weer iets harder is. Je zult begrijpen dat de geheimpjes die Fenna en Mads elkaar toevertrouwen, in ons huishouden vaak niet erg lang geheim blijven.

Slechthorendheid, het blijft een ongrijpbare handicap. In het geval van Fenna zijn haar gehoorapparaat en CI – wanneer ze haar haren los draagt – zelfs nauwelijks zichtbaar. Mads daarentegen heeft weinig haar om zijn twee “buitenboordmotoren” mee te bedekken…dan leg ik starende wildvreemden maar uit dat hij bezig is met een gevorderde cursus Russisch bij de LOI. Zeker weten dat zij ’s avonds op Google kijken waar je zo’n pakketje kunt bestellen.

Mads leert Russisch

Mads leert Russisch

Wat de afgelopen jaren ons in elk geval gebracht heeft, zijn ontmoetingen met bijzondere mensen. Ouders van kinderen die net als wij in het ‘slechthorende schuitje’ terecht zijn gekomen. Zo sprak ik een vader van drie kinderen die elk een ‘gebrek’ hebben. Twee een ernstig spraak taal probleem en als kers op de taart een slechthorende dochter. Ik vroeg mij af hoe het de derde keer was om slecht nieuws te verwerken. “Nou”, zo vertelde hij mij, “Dat was prima, want hoe je het ook went of keert, we hebben allemaal wel iets. Elke gek zijn gebrek zogezegd. Al zou het mooi zijn wanneer slecht horen even geaccepteerd zou zijn als, bijvoorbeeld, slecht zien. In essentie kun je dat namelijk wel met elkaar vergelijken. In plaats van een bril, dragen zij een gehoorapparaat of CI. Het is vaak vooral de omgeving die moeite heeft met het accepteren van het slechte horen en het tot een ‘probleem’ maakt”. En zo is het maar net.

Welkom in Babylonië

“Mama, niet zo smurfen!”. Bedoeld wordt hier: niet zo snurken. Alle kinderen komen vroeg of laat met taalverbasteringen aanzetten die zo grappig zijn, dat ze je bijblijven. Wat dat betreft zijn wij hier verzekerd van heel wat lollige momenten…

Tegenwoordig worden kinderen bij wie iets aan het gehoor mankeert binnen een week na de geboorte al opgespoord. Voordeel van zo’n vroege constatering is dat er al snel in de ontwikkeling kan worden bijgestuurd met gehoorapparaten of – in zwaardere gevallen – met cochleaire implantaten (CI). Op die manier kan de spraaktaalontwikkeling zo voorspoedig mogelijk verlopen. Met een beetje mazzel is er bijna geen nasaal accent meer te ontdekken. Fascinerend. Zeker wanneer je je bedenkt dat mijn kinderen zónder hulpmiddelen officieel doof functionerend zijn.

Fenna is inmiddels 4 1/2 en kletst de oren van je kop en ook Mads van 2 begint een gezellig woordje mee te papegaaien. Omdat het zo goed gaat, zou je voor het gemak vergeten dat ze – in het beste geval – altijd slechthorend zullen zijn. Dit betekent in de praktijk dat wij naast gesproken taal, Nederlands ondersteund met gebaren (NmG) gebruiken om woorden of situaties voor hen te verduidelijken. Het verschil tussen ‘koek’ en ‘doek’ of ‘paard’ en ‘baard’ is namelijk niet goed te verstaan. Met spraakafzien kom je er ook niet, want deze woorden lijken qua mondbeeld sterk op elkaar. Zoals je zult begrijpen komen Babylonische spraakverwarringen bij ons dan ook meer dan geregeld voor. Wat overblijft is gebaren, in combinatie met herhalen totdat je een ons weegt, oftewel: geduld. En wanneer je daar van nature niet echt in uitblinkt, is het soms een hele opgave om smurfen te laten snurken…

Onze eerste kennismaking met gebarentaal is nu zo’n vier jaar geleden. Fenna was net zes maanden oud. We kregen les van een doof meisje van begin twintig. We dachten nog…hoe zal dat gaan? Begrijpen we elkaar wel? Positief verrast waren we toen er een sprankelende jongedame voor de deur stond, die ook nog eens accentloos Nederlands sprak. Onze juf was rond haar zevende doof geworden vanwege een hersenvliesontsteking en had (net als Fenna en Mads nu) een CI gekregen. Op dat moment hadden we geen benul van wat ons op CI gebied nog te wachten zou staan.

I love you in gebarentaal

I love you in gebarentaal

Gedurende een aantal maanden (en Tibor en ik samen nog jaren daarna) hebben we, met vrienden en familie erbij, de eerste beginselen van het NmG geleerd. Er ging een wereld voor ons open. Samen met Fenna leerden we een taal waarin we elkaar echt goed konden ‘verstaan’. Zo blij als je als ouders bent met de eerste woordjes, zo trots en blij waren wij met haar eerste gebaren. Maar terugkijkend op die tijd was het leren van gebarentaal misschien niet eens het meest belangrijke. Nee, belangrijker voor ons was dat wij dankzij Maaike toen het gevoel hebben gekregen dat het wel goed zou komen met ons kleine meisje.

PS:

Wat gebarentaal betreft, een waanzinnig mooi initiatief van de laatste jaren is Kindergebaren met Lotte & Max. Inmiddels zijn er verschillende DvD’s verschenen waarmee kinderen én hun ouders, opa’s, oma’s, vrienden en noem het maar op, spelenderwijs gebarentaal kunnen leren. Een aanrader! Aan een van de eerder verschenen DvD’s heeft Fenna zelfs meegewerkt (we komen gelijk aan het begin samen in beeld):

Voor alles is een eerste keer

Na een overweldigende (of beter: oorverdovende!) start, is het even zoeken waar nu als eerste over te schrijven. Ik neig naar een combinatie van feiten en ervaringen. Zo kan ik je én wat bijbrengen over een onderwerp waar je nu mogelijk nog weinig vanaf weet én laten zien hoe een en ander in de praktijk is of kan zijn.

Door alle gesprekken naar aanleiding van dit blog, realiseer ik me dat wij weliswaar flink wat voor onze kiezen hebben gekregen de afgelopen jaren, maar nog meer dat de eerste jaren met kleine kinderen voor elke ‘beginnende ouder’ er min of meer in kunnen hakken. Een vriendin van me vatte het laatst treffend samen: ‘voor de eerste keer moeder worden is één ding…maar dan krijg je er ook gelijk een kind bij!’. Dat inspireerde me tot dit onderwerp: de eerste keer. Want we hebben er inmiddels een hoop eerste keren op zitten.

Fenna en Mads

De eerste keer slecht nieuws. Of eigenlijk gelijk vier keer in zes weken tijd. Na drie keer het gehoor van Fenna op basis van de neonatale gehoorscreening thuis getest te hebben (twee keer door iemand van het consultatiebureau en één keer door iemand van de NSDSK), waarbij beide oortjes finaal het schip in gingen, mochten we toen Fenna 6 weken oud was naar het VU ziekenhuis. De opdracht was om haar die dag uitgeput en uitgehongerd af te leveren, zodat ze ‘lekker’ zou gaan slapen bij het Bera-onderzoek. Tijdens de test (dat zo een uur in beslag neemt) wordt nagegaan in hoeverre er geluidsprikkels aan de gehoorzenuw worden doorgegeven. Op basis van deze test kan worden bepaald of het binnenoor goed functioneert en zo nee, wat er dan mogelijk aan schort. Daar zit je dan, in een geluiddichte bunker, je pasgeboren kind onder de plakkers en elektroden, gespannen te wachten op de uitslag. En een slechte uitslag krijg je altijd van een duo weten we inmiddels. Om kort te zijn, voor de audioloog die ons het slechte nieuws die dag mocht brengen, was het zonder twijfel ook zijn eerste keer…

Uit de Bera test kwam dat Fenna links een gehoordrempel van 70db en rechts van 50db had, gemiddeld genomen een verlies van 60db. Fenna haar gehoor ‘begon’ zeg maar vanaf het geluid van een stofzuiger. Onze dochter was (toen nog) slechthorend. De eerste keer dat ik die term uit mijn strot kon krijgen heeft overigens even geduurd. Een pasgeboren kind en ‘slecht’ in één adem noemen, dat lukte me niet. Fenna was voor mij niet-zo-goed-horend. ‘Nou, zeg dan maar ‘behoorlijk-niet-zo-goed-horend’, riep Tibor dan.

Een paar maanden later kreeg Fenna haar eerste gehoorapparaatjes. Een bolle baby, geen enkele pluk haar op haar hoofd, met twee van die glimmende apparaatjes. De eerste keer aangestaard worden door wildvreemde mensen was al snel een feit. En nu, met die CI’s zijn de blikken niet bepaald minder zoals je wellicht zult begrijpen.

Mads op het strand

Met een flinke sprong in de tijd neem ik je mee naar 2012, 4 januari om precies te zijn. Mads is die dag ervoor 1 jaar geworden. Voor het gemak sla ik de eerste keren slecht nieuws met betrekking tot hem even over, waarbij ik het alleen niet kan laten te benoemen dat bij zijn Bera onderzoek audioloog nr 1 ook nu weer de dagshift bleek te hebben. Onze eeuwige beginner vond het ‘fijn ons weer te zien’. Wij niet. Maar goed, just making a conversation… Mads zijn oortjes vertoonden geen enkele reactie. Mads was doof.

Daar gingen we dan die dag, een jaar later. Tibor, Mads en ik. In alle vroegte naar de VU. Op de heenreis de emoties al niet meer de baas. Dit was het dan. Het moment waar je een jaar naartoe hebt geleefd. Zou het werken? Reageert hij straks? Wat wij toen zagen was groter dan we ons voor hadden kunnen stellen. Mads maakte voor het eerst kennis met een dimensie die voor ons zo vanzelfsprekend is, maar voor hem totaal nieuw was. Op 4 januari 2012 ging er letterlijk een nieuw stukje wereld voor hem open. Mads hoorde die dag voor de allereerste keer.

Als je er zo over nadenkt zit het leven vol eerste keren. Ik ben heel erg benieuwd welke eerste keer op jou een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Wil je die met me delen?

Zeg maar nee, dan krijg je er twee

Tja, een pakkendere titel schoot me zo snel niet te binnen. Dat ‘toeval niet bestaat’ en geluk ‘in kleine dingen’ zit hebben we allemaal wel eens geroepen. Maar rekening houden met een kans van 6% op twee dove kinderen, nee, daar had ik niet eerder bij stil gestaan. Dat zoiets kleins als een stelletje niet-functionerende trilharen ons leven zo op zijn kop zou zetten, hadden we in 2008 echt niet kunnen bedenken.

Inmiddels zijn we ruim 4 jaar verder. Onze dochter van 4 en zoon van 2 hebben allebei cochleaire implantaten, afgekort CI’s, gekregen. Voor de niet-kenners onder ons: een CI is een type groot uitgevallen gehoorapparaat dat geluid omzet in elektronische impulsen en dit direct aan de gehoorzenuw aanbiedt. Een fascinerend apparaatje dat met slechts 24 elektroden in één klap het buiten-, midden- en binnenoor, inclusief de 16.000 trilhaartjes, overbodig maakt. Ik vertel je er graag een andere keer meer over, maar deze ultrakorte samenvatting dekt de lading voor nu wel even.

Gesproken taal gouden oplossing voor kinderen met CI?

Dat jij dit bericht nu leest komt waarschijnlijk omdat je mij en ons verhaal kent of vrienden van ons kent die ons verhaal weer kennen. Of omdat ik je zelf heb uitgenodigd mijn blog te volgen natuurlijk. Waarom deze persoonlijke info op het wereldwijde web vraag je je misschien af? Omdat ik na vier jaar ziekenhuisbezoeken, talloze onderzoeken, testen, peutercommunicatiegroepen, gezinsbegeleiders, operaties, revalidatietrajecten, chronische slaapproblemen bij onze oudste (en ja, dus ook bij ons)…en dat alles twee keer (zeg maar nee…), me blijf verbazen over ‘die’ wereld, waar wij inmiddels kind aan huis zijn. Waarom het bijvoorbeeld noodzakelijk is om in de eerste week na de geboorte een gehoortest af te nemen en als kersverse ouder van je roze wolk afgedonderd te worden, terwijl enige concrete actie pas ondernomen kan worden wanneer je kind een paar maanden oud is. En jij die maanden dus Google afstruint op zoek naar ‘de oorzaak’, vol schuldgevoel dagen op de bank zit te snikken, in plaats van als een blije moeder achter de Bugaboo de zwangerschapskilo’s eraf probeert te joggen. Hoe ingrijpend slecht nieuws kan zijn en hoe moeilijk of makkelijk het maken van andere keuzes is. Maar ook het besef dat iets soms gewoon is wat het is. Dat je krijgt wat je kunt dragen en meer van die dooddoeners, die stiekem toch ook wel weer kloppen.

Na vier jaar ploeteren, maar zeker ook overwinnen, wil ik met Oorverdoofend graag delen wat wij zoal hebben meegemaakt. Ik wil je ook graag meer vertellen over slechthorendheid, doof zijn en opgroeien in een talige wereld met alle voor- (ja, die zijn er ook!) en nadelen die daarbij horen. Door te delen wil ik anderen, die in een vergelijkbare situatie zitten, helpen om gemakkelijker hun weg te vinden. Ik wil er ook voor zorgen dat hulpverlenings- en ziekenhuiservaringen de ether in komen, want daar kunnen een hoop mensen wijzer van worden. En last but zeker not least, wil ik de wereld voor Fenna en Mads een stuk groter maken. Door jou mee te nemen in ons verhaal, kan ik je een wereld laten zien die je nu wellicht nog niet kent. Wat er zeker voor zal zorgen dat je met meer kennis en begrip naar kinderen zult kijken die niet met een volledig afgevinkt lijstje (trilhaartjes: check) zijn geboren en beseffen dat zij net zo bijzonder, grappig, communicatief en…ja, eigenlijk ‘normaal’ zijn als de kinderen om jou heen.

Wil je me helpen het verschil te maken? Vertel me jouw ervaringen, veronderstellingen en vragen en deel dit bericht met wie je maar wilt, zodat we er samen voor kunnen zorgen dat deze sneeuwbal kan gaan rollen!